Er zijn druiven die een regio kleuren, en er zijn druiven die een heel land definiëren. Sangiovese is van de laatste soort. Als je ooit een glas Chianti hebt gedronken, een Brunello di Montalcino hebt opengetrokken of hebt genoten van een frisse Morellino di Scansano — dan heb je deze druif al leren kennen. Sangiovese wijn is niet zomaar een Italiaanse rode wijn. Het is een karakter, een cultuur, een manier van naar tafel gaan.

In dit artikel nemen we je mee in de wereld van Sangiovese: waar hij vandaan komt, wat hem zo bijzonder maakt, hoe hij verschilt per regio, en hoe je hem optimaal bewaart, serveert en combineert met eten. En waarom wijnhuis Poggio al Sole misschien wel de mooiste kennismaking is die we je kunnen aanbieden.

Wat is Sangiovese eigenlijk?

Sangiovese is het meest geteelde druivenras van Italië. De naam komt waarschijnlijk van Sanguis Jovis — het bloed van Jupiter. Dat klinkt groots, en dat is het ook. Maar het mooie is: Sangiovese kan tegelijk indrukwekkend én toegankelijk zijn.

Qua smaak herken je Sangiovese aan zijn levendige zuurgraad, stevige tannines en een frisse kern van kersen en pruimen. Daaromheen spelen kruiden, tabak, leer en soms een vleugje bloemen. Het is een wijn die energie heeft — je proeft hem niet alleen, je vóélt hem ook.

Sangiovese is bovendien een chameleon. De druif past zich sterk aan aan bodem, klimaat en wijnmakerstijl. Daardoor zijn er tientallen klonen en lokale varianten in omloop, van de robuuste Brunello tot de frisse en fruitige kuststijlen van Maremma. Dat maakt hem fascinerend — en soms ook verwarrend. We helpen je er doorheen.

Van Chianti tot Brunello: waar groeit Sangiovese?

Sangiovese groeit door heel Italië, maar Toscane is zijn thuisbasis. Het bijzondere: afhankelijk van de plek én de hand van de wijnmaker smaakt hij telkens anders. Hier de belangrijkste sub-regio’s op een rij:

Chianti Classico (tussen Florence en Siena) is het klassieke hart. Zandige bodems en een gematigd klimaat geven wijnen met rijp kersenfruit, droge kruiden zoals tijm en salie, en een elegante tanninstructuur. De beste Chianti Classico heeft een Gran Selezione-status en kan tien tot vijftien jaar rijpen. Dit is de instap voor wie Sangiovese serieus wil leren kennen.

Brunello di Montalcino is de kroon op het werk. In Montalcino, ten zuiden van Siena, groeit een kloon die ze Brunello noemen. De combinatie van hitte, kalksteenrijke bodems en lange rijping op grote houten vaten geeft wijnen van uitzonderlijke concentratie en complexiteit — pruimen, rozen, tabak, leer, en een eindeloze afdronk. Brunello moet minimaal vijf jaar rijpen voor hij in de handel mag. Geduld wordt hier ruimschoots beloond.

Morellino di Scansano komt uit de Maremma, vlak bij de Toscaanse kust. Warmere temperaturen en zanderige bodems geven een zachter, toegankelijker profiel: rijper rood fruit, minder tannine, meer ronding. Dit is Sangiovese die je niet jarenlang hoeft te bewaren om te genieten.

Vino Nobile di Montepulciano (niet te verwarren met de Abruzzese druif Montepulciano) is de derde grote Toscaanse naam. Eleganter dan Brunello, met iets meer terroir-expressie dan Chianti Classico. Vaak een ondergewaardeerde schatten in het Sangiovese-spectrum.

Umbria en Emilia-Romagna laten zien dat Sangiovese niet alleen Toscaans is. In Umbria, onder de naam Sangiovese di Romagna, is de wijn vriendelijker, fruitiger en lichter — ideaal als dagelijkse tafelwijn.

Ben je benieuwd naar de Toscaanse wijnstreek als reisbestemming? Lees dan ook onze gids over de beste wijnhuizen in Toscane of onze wijntips voor Lucca.

Sangiovese in het wit? Ja, dat bestaat echt

Hier verrassen we je misschien. Sangiovese staat bekend als rode wijn, maar er bestaat ook een Sangiovese Bianco — een zeldzame witte mutatie van hetzelfde ras. Weinig producenten werken ermee, en dat maakt hem extra bijzonder.

Poggio al Sole maakt zo’n bijzondere Sangiovese Bianco. Fris, aromatisch, en een echte gespreksopener aan tafel. Als je iemand wilt verrassen die denkt alles van Italiaanse wijn te weten — dit is je kans.

Poggio al Sole: een wijnhuis dat Sangiovese begrijpt

Als we één wijnhuis mogen noemen dat de essentie van Sangiovese weergeeft, dan is het Poggio al Sole. Dit Toscaanse wijnhuis werkt met toewijding en respect voor het terroir — je proeft het in elk glas.

We hebben drie wijnen van hen in ons assortiment die je echt moet kennen:

Poggio al Sole – Chianti Classico is de klassieker die je verwacht en toch verrast. Kersenfruit, kruiden, een mooie structuur — dit is Sangiovese op zijn best.

Poggio al Sole – Primavera is toegankelijker en frisser van stijl. De naam zegt het al: lente in een glas. Dit is de wijn die je opentrekt op een zonnige middag, zonder dat je er lang bij na hoeft te denken.

Poggio al Sole – Sangiovese Bianco is de verrassing van het trio. Een witte wijn van Sangiovese-druiven — zeldzaam, verfrissend en iets om trots mee aan tafel te komen.

Wat eet je bij Sangiovese wijn?

Dankzij de hoge zuurgraad en stevige tannines is Sangiovese een geboren tafelwijn. Hij houdt van vet, umami en tomaat — en snijdt mooi door rijke sauzen. Hieronder een overzicht per stijl:

Sangiovese-stijlPerfecte combinatieWaarom het werkt
Chianti ClassicoBistecca alla fiorentina, wild zwijn ragùTannines verzachten door het eiwitrijke vlees
Brunello di MontalcinoOssobuco, truffelrisotto, gerijpte kaasComplexiteit vraagt om een even rijke tegenhanger
Morellino di ScansanoGegrilde kip, pasta al pomodoro, antipastoFruitigheid past bij lichtere, tomatige gerechten
Primavera (Poggio al Sole)Zomerse antipasto, lichte pasta, charcuterieFris en toegankelijk, geen zwaar gerecht nodig
Sangiovese BiancoVis, kip, risotto, zachte geitenkaasFriszure witte stijl werkt als tegenwicht bij delicaat eten

De gulden regel: als je met tomaten, olijfolie of vlees kookt, is er bijna altijd een Sangiovese die past.

Bewaren en serveren: haal het beste uit je fles

Sangiovese is een wijn die je serieus mag behandelen — maar het hoeft niet ingewikkeld te zijn.

Serveertemperatuur: Rode Sangiovese serveert u het best op 16–18°C. Te warm en het alcohol overheerst; te koud en de tannines worden hard en stroef. De Sangiovese Bianco drink je frisser, op 10–12°C.

Decanteer ruimschoots: Jongere Chianti Classico en zeker Brunello profiteren van een uur of langer in de decanteerkaraf. De wijn opent zich, fruit komt los en de tannines worden zachter. Voor de Primavera is dit minder noodzakelijk — die mag direct.

Bewaren: Een eenvoudige Sangiovese zoals de Primavera drink je het beste binnen twee tot vier jaar na oogstjaar. Een Chianti Classico van goede kwaliteit houdt het acht tot twaalf jaar vol. Brunello di Montalcino is gemaakt om te rijpen: tien tot twintig jaar is geen uitzondering. Bewaar altijd liggend, donker en koel (rond de 12–14°C).

Wat zegt het oogstjaar?

Bij Sangiovese — en zeker bij Chianti en Brunello — maakt het jaar van de oogst een merkbaar verschil. Toscane heeft een continentaal klimaat met natte winters en warme zomers, maar de herfst bepaalt vaak de kwaliteit: te vroeg regent, dan verdunnen de druiven. Te warm en ze verliezen zuurgraad.

Als vuistregel voor recente jaargangen: 2019 en 2020 worden breed beschouwd als uitstekende jaren voor Toscaans Sangiovese — rijp fruit, goede structuur, lang houdbaar. 2017 was warm en droog, met krachtige, alcoholrijkere wijnen die eerder drinken. 2014 was moeilijker, maar wijnmakers met goede selectie maakten elegante, frissere stijlen.

Op onze productpagina’s vermelden we altijd het oogstjaar zodat je bewust kunt kiezen.

Zo kies je de juiste Sangiovese voor jou

Nog niet zeker welke je moet proberen? Zo denk je erover:

  • Begin je net met Italiaanse wijn? Kies de Primavera: toegankelijk, fris, no-nonsense.
  • Wil je de klassieker leren kennen? De Chianti Classico is het startpunt.
  • Op zoek naar iets bijzonders om mee te verrassen? De Sangiovese Bianco is je antwoord.

Bekijk het volledige aanbod van Poggio al Sole en ontdek welke Sangiovese bij jou past. Heb je vragen over de juiste keuze? We helpen je graag!